Waar je in Google staat, en waarom plek 35 niet erg hoeft te zijn
Wat gemiddelde positie werkelijk betekent, waarom een klikpercentage van 0,1 soms nergens op slaat, en waar de snelste winst zit.
Simon van Rens
Montly
Search Console geeft je vier cijfers: vertoningen, klikken, klikpercentage en gemiddelde positie. Van die vier is de gemiddelde positie het cijfer waar mensen het meest naar kijken, en het klikpercentage het cijfer dat het vaakst verkeerd gelezen wordt.
Wat "gemiddelde positie" echt is
Het is niet je plek voor één zoekwoord. Het is het gemiddelde over alle zoekopdrachten waarop je verscheen, over alle apparaten, over de hele periode.
Dat maakt het een grof getal. Sta je op plek 3 voor je eigen bedrijfsnaam en op plek 60 voor twintig andere dingen, dan is je gemiddelde 57 en zegt dat niets over hoe goed je gevonden wordt door mensen die je zoeken.
Wat wel klopt is de beweging. Gaat je gemiddelde van 41 naar 33, dan is er iets goed gegaan, ook al ben je nog steeds nergens te bekennen op pagina één.
Let op één ding: bij dit cijfer is lager beter. Plek 3 is beter dan plek 8. Een tool die zegt dat je positie "gestegen" is terwijl het getal omhoog gaat, heeft het over de verkeerde kant op. Wij schrijven daarom nooit "omhoog" of "omlaag" bij een positie, maar altijd of je vooruit of achteruit ging.
Waarom een klikpercentage van 0,1 vaak niets betekent
Het klikpercentage is: van alle keren dat je in de resultaten verscheen, hoe vaak er ook echt op je geklikt werd.
Stel, er staat 0,1 procent. Dat leest als een rapportcijfer, en een nul komma iets voelt als een dikke onvoldoende. Maar kijk eerst waar je stond. Als je gemiddelde plek 35 is, dan sta je op pagina vier, en daar klikt vrijwel niemand. Hoe goed je titel ook is. Het getal is niet slecht, het is betekenisloos, en dat is iets heel anders.
Andersom is het wel een signaal. Sta je gemiddeld op plek 4 met een klikpercentage van 1 procent, dan zien mensen je wél staan en kiezen ze je niet. Dan is er iets mis met de blauwe titel die Google van je pagina laat zien, of met de omschrijving eronder. Daar valt dan echt iets te winnen.
Ruwe vuistregel: bovenaan pagina één klikt ongeveer een kwart van de mensen. Onderaan die pagina nog een paar procent. Op pagina twee en verder haakt bijna iedereen af.
Waar de snelste winst zit
Niet bij je slechtste zoekwoorden, en ook niet bij je beste.
De winst zit bij zoekopdrachten waar je nu net buiten de eerste pagina staat, ergens tussen plek 11 en 20. Die pagina's bestaan al, Google vindt ze al relevant genoeg om ze mee te nemen, en er is maar een klein zetje nodig. Van plek 12 naar plek 8 gaan levert je meer bezoek op dan van plek 60 naar plek 40, terwijl dat tweede veel meer werk is.
Zoek dus in Search Console op zoekopdrachten met veel vertoningen, weinig klikken en een positie tussen de 11 en de 20. Dat is je lijstje.
Wat je met zo'n lijstje doet
Voor elke zoekopdracht op dat lijstje is de vraag: heb ik hier een pagina voor die er echt over gaat?
Vaak is het antwoord nee, en verschijn je met een pagina die er zijdelings over gaat. Dan is de actie: schrijf er een eigen pagina over. Is het antwoord ja, dan gaat het om de titel, de eerste alinea, en of er vanaf je andere pagina's naar gelinkt wordt.
Wat je vooral niet moet doen is het zoekwoord twintig keer in je tekst plakken. Dat werkt al tien jaar niet meer, en het leest verschrikkelijk.
Waarom dit lastig is om zelf bij te houden
Niet omdat het ingewikkeld is. Omdat het maandelijks werk is dat niemand inplant.
Je moet elke maand opnieuw kijken welke zoekopdrachten net buiten de eerste pagina staan, of de pagina die je vorige maand aanpaste vooruit is gegaan, en of er iets nieuws is bijgekomen. Dat is een half uur werk in een tool waar je niet dagelijks in zit, voor een resultaat dat je pas maanden later ziet.
Daarom doet Montly dat elke maand voor je: welke zoekwoorden binnen bereik liggen, wat je eraan kunt doen, en of wat je vorige keer deed geholpen heeft.